Auteur: Galerie Noord

  • SOLUM

    SOLUM

    SOLUM

    Allie van Altena

    30 oktober t/m 11 november 2021

    Opening: zaterdag 30 oktober 17.00 uur. Een gesprek met Allie van Altena.

    ‘In mijn atelier is de vloer bedekt met honderden tekenbladen, die in lagen willekeurig op elkaar liggen. Ik loop eroverheen en ik hou van de sporen die ontstaan. De papieren vloer is een zelfportret en een spiegel. Ik kijk naar beneden, sluit mijn ogen en laat dan mijn handen het werk doen. Ik teken, schrijf, snijd, vouw en scheur nieuwe vormen. De ziel van het papier toont zich en inspireert. Het is hemel en aarde tegelijk.’

    Het Latijnse woord SOLUM betekent niet alleen ‘vloer’, maar ook grondslag, voetzool en aarde.

    Lees hier de tekst die Emmie Muller bij deze expositie schreef.

    m>

    Vier jaar Allie van Altena in Galerie Noord

    Allie van Altena kreeg in november 2019 voor een periode van vier jaar een Werkbijdrage voor Bewezen Talent van het Mondriaan Fonds. Jaarlijks toont hij in Galerie Noord de stand van zaken van zijn onderzoek, inclusief een publicatie. De eerste expositie, getiteld VLOER, vond plaats in november 2020. Van 30 oktober tot en met 25 november 2021 presenteert hij zijn werk in twee delen: SOLUM en ANTIBODIES. Allie zal terugkeren in november 2022 en 2023.

    PLUS In januari 2022 verplaatst Allie zijn atelier naar Galerie Noord. De galerie wordt een atelier, de kunst ontstaat ter plekke en de bezoeker beïnvloedt het resultaat.

    p>

  • ONTSTOFT

    ONTSTOFT

    ONTSTOFT

    Janny Smit

    2 t/m 28 oktober opening: 2 oktober om 17:00 uur

    p>

    Janny Smit werkt op zeer uiteenlopende manieren met textiel. Stof, touw, garens, wol: zolang het plooibaar en beweegbaar is en zich wil laten vormen en veranderen gebruikt Janny het. De werken met textiel ontwikkelen zich met haar mee. Naast sculpturen maakt ze inmiddels ook collages, video’s en installaties. In ONTSTOFT ervaar je de vrijheid waarmee Janny kiest voor materialen en technieken. Ze pakt alles aan dat haar voorhanden komt, ook vondsten van de straat. Ze dompelt je daarmee onder in een geheel eigen wereld.

    Janny Smit studeerde in 2015 af aan de Nieuwe Akademie Utrecht (NAU). Ze is gefascineerd door organische en menselijke vormen, zowel fysiek als psychologisch. Haar werk ontstaat op verschillende manieren. Soms ontstaat er spontaan een beeld in haar hoofd bij een bepaalde kleur of een dessin van een stof. Vaak werkt ze met een thema waarvan ze door uitgebreid onderzoek te doen de essentie probeert te vangen en om te zetten naar een beeld. Dat beeld werkt ze vervolgens uit met de daarbij passende stoffen en materialen.

    Haar organische sculpturen kennen menselijke vormen, maar zijn nooit realistisch. Door de gekozen stoffen, dessins en kleuren nodigen ze uit tot associëren. De collages, die Janny zelf naaiages noemt, maakt ze door textiel, papier en karton te naaien of te borduren. Met behulp van lijnen en compositie creëert ze zo vervreemdende, nieuwe beelden. Haar video’s en installaties kenmerken zich door het gebruik van met textiel omhulde voorwerpen in niet-specifieke ruimten. In de werelden die ontstaan zie je de zeer diverse technieken die Janny toepast.

    Janny gebruikt textiel omdat het gebruik ervan veel laat zien van de individuele mens. Het bepaalt hoe we eruit zien, hoe ons huis eruit ziet. Textiel maakt ons tot wie we zijn en hoe we gezien worden. Door andere materialen toe te voegen aan verschillende stoffen weet Janny die individuele werelden te verbinden of juist van nieuwe betekenis te voorzien.

    /p>

  • Wim Kroon

    Wim Kroon

    Wim Kroon

    ‘de kleur van zwart’ tekeningen 2000 – 2020

    4 t/m 30 september

    Wim is iedere vrijdag, zaterdag en zondag in de galerie aanwezig.

    Zondag 26 september is er een dialoog tussen Onno Broeksma, lithograaf en schilder, en Wim Kroon over het werk van Wim. Onno is een kenner van het werk van Wim. Het belooft een kritisch gesprek te worden. Aanvang: 16:00 uur. 

    Wim Kroon (Groningen, 1941) tekende en fotografeerde al veel als autodidact toen hij koos voor een studie kunst- en architectuurgeschiedenis. Hij werkte daarna als docent aan een hogeschool. Na 35 jaar en nog steeds overweldigd door de kracht van een paar millennia beeldende kunst besloot hij per schip naar de boomloze eilandengroep Färöer af te reizen. Hij zocht relativering en vond de aanleiding om te gaan studeren aan Kunstacademie Minerva. Zo geschiedde. 

    In 2000 toonde Wim Kroon (Groningen, 1941) in Galerie Noord zijn eindexamenwerk van Kunstacademie Minerva. In 2021 toont hij een keuze uit de tekenkunst en lithografie van de twintig jaren die volgden. Nu blijkt dat het tekenen van portretten voor Wim vooral een vingeroefening was. Hij leerde ervan waar te nemen en zijn handschrift te ontwikkelen. Langzamerhand werd het boslandschap zijn hoofdmotief. En steeds belangrijker werd voor hem de gedachte dat zwart zich als één van de rijkste kleuren voordoet.

    Wim is geïnspireerd door de ironie uit een 500 jaar oude brief van Rafaël aan zijn vriend, diplomaat Castiglione:  “{…} ik maak gebruik van een zeker idee dat me voor de geest komt. Of dit tot enige kwaliteit in de kunst leidt weet ik niet; het kost me wel veel moeite om een idee te hebben.” De omringende werkelijkheid en het aanschouwen daarvan met een fotografische blik is voor Wim een belangrijk uitgangspunt, maar uiteindelijk neemt hij in zijn werk afstand van het direct geziene. Zijn landschappen leiden in het onbegane. 

    p>

  • Coenen

    Coenen

    Marie-José Coenen

    WORKS
    26 juni t/m 22 juli

    Tekst bij de expositie door Emmie Muller.

    Met keramische kubusvormen ondergedompeld in de inkt tot geschilderde of gestempelde werken op papier en wandobjecten van hout, legt deze, naar vrijheid zoekende kunstenaar, de essentie van het materiaal vast, en laat de materie daar los.

    Het atelier van Coenen is meer dan alleen een werkplaats. Het dient tevens als toevluchtsoord om het hoofd leeg te maken en als laboratorium om onderzoek te doen naar nieuwe mogelijkheden. Coenen maakt voor haar beelden gebruik van uiteenlopende materialen waarmee zij  wandobjecten maakt, eendimensionale werken op papier of combinaties daarvan. Samengevat maakt Coenen abstracte en gelaagde beelden met een groot scala aan materialen en technieken. 

    In het atelier neemt Coenen de tijd om haar gemoedstoestand vrij te maken van dingen die haar belemmeren of in de weg zitten. Zelf zegt zij daarover: ” voor ik aan het werken toe kom moet ik eerst naakt worden “. Oftewel kwetsbaar, ontvankelijk en vrij. Coenen maakt haar werk niet met een vooropgezet plan, maar laat het spelenderwijs ontstaan met een compromisloze overgave aan haar intuïtie. Niet zelden wordt een werk halverwege het maakproces aan de kant gelegd om er in een later stadium een laag aan toe te  voegen. Haar handen doen, scheppen de voorwaarden en het materiaal doet de rest. Daar is moed voor nodig en inzicht. Een ander oog voor schoonheid. Een oog dat verder gaat dan louter esthetiek. Coenen verfraait niets, maakt het niet mooier dan het is en voordat een werk te esthetisch danwel te illustratief wordt, haalt zij haar handen ervan los, en raakt het niet meer aan.

    Marie-José Coenen trekt er regelmatig op uit en wandelt graag. De natuur is echter niet haar thema, maar op een onbewuster niveau zijn sporen van natuurobservaties in haar werk terug te vinden. Kenmerkend voor haar geschilderde werken zijn de repeterende brede banen, het naast elkaar plaatsen van verschillende structuren en het spel tussen lichte en donkere partijen. Met eenzelfde gevoel voor ritme en herhaling maakt Coenen in het ruimtelijke werk vaak gebruik van geometrische vormen zoals blokjes en cirkels. Coenen werkt snel, zonder tussenkomst van het denkende brein, en in een staande houding. Met grote gebaren weet Coenen, op dragers van papier, hout, keramiek, doek of karton, het gebruikte materiaal in beweging te brengen. Elk werk is het resultaat van die fysieke arbeid en energie, waarmee de essentie van Coenens innerlijke wereld, in het materiaal tot expressie komt. Met het natuurlijke karakter waarmee Coenen haar werk benadert, brengt zij haar beelden tot leven.

    Dat Coenen zich gauw verveelt, nooit in herhalingen zal vervallen en kan bogen over een uitgebreid oeuvre, zal niemand verbazen. Ondanks het feit dat Coenen niet het geduld heeft om met precisie een beeld op te bouwen, is er in het werk toch een zekere mate van controle aanwezig en wemelt het van de details. Van verschillende structuren die naast elkaar geplaatst nauw samenwerken, van licht-donker effecten, van subtiele witte lijntjes en stipjes of het reliëf dat ontstaat als de kwast of roller met beheerste druk de verf of de inkt opstuwt. Tussen de grote gebaren weet Coenen een subtiele, kwetsbare wereld op te roepen die ontroert en aanzet tot nadenken. Het werk is abstract en niet verhalend, roept geen associaties op, maar genereert een wereld aan ideeën en bewustwording.

    Coenen is wars van stijlen, stromingen en kunstuitingen die in hokjes worden geplaatst. En toch is er een stroming waar het werk tegenaan schuurt. Die van de conceptuele kunst. De meest vrije en ondoorgrondelijke kunststroming die de moderne kunst in de vorige eeuw heeft voortgebracht. Hierin verliest het kunstwerk zijn materie en wordt uitsluitend als idee of concept voorgesteld en gepresenteerd. Zover gaat het werk van Coenen niet. Inmiddels is de beweging geëvolueerd en maken conceptuele kunstenaars beelden die geen esthetiek najagen, worden met goedkope of bouwmaterialen gemaakt en is het aan de beschouwer om het werk te vervolmaken. Een zelfde ruimhartigheid legt ook het werk van Coenen aan de dag. De vrijheid die ze zelf nodig heeft om het werk te maken slaat over op degene die er naar kijkt. Daar waar Coenen haar werk vrijgeeft en als een vlieger oplaat, krijgt de beschouwer de ruimte om zijn eigen stem er in te blazen. 

  • Huiselijkheid

    Huiselijkheid

    Huiselijkheid

    Rik Hagt

    7 augustus t/m 2 september 2021 Opening: zaterdag 7 augustus, 17:00 uur

    Rik Hagt is in de galerie aanwezig om over zijn werk van gedachten te wisselen op: woensdag 18 en zaterdag 28 augustus van 15:00 – 17:00 uur.

    /p>

    Bijna een jaar geleden toonde Rik Hagt (Heerenveen, 1962) bij Kunstpunt Groningen zijn langlopende serie Hotelkamer. Al dertig jaar schildert hij jaarlijks een interieur van een hotelkamer waar hij daadwerkelijk overnacht heeft. 

    Nu laat hij bij Galerie Noord een ander deel van zijn oeuvre zien dat er nauw aan verwant is: waar de interieurs van de hotels tamelijk identiek en zakelijk oogden laten de interieurs in de expositie Huiselijkheid juist veel sporen van menselijke aanwezigheid zien. Dit zijn ruimtes waar niet verbleven maar geleefd wordt, te midden van gebruiksvoorwerpen die na verloop van tijd persoonlijke bezittingen worden. 

    Er is veel aandacht voor de begrenzing tussen buiten en binnen in de vorm van deuren, ramen en gordijnen. Wat wil je zien van de buitenwereld en wat mag  de buitenwereld van jou zien? Ook hier betreft het kamers waar Hagt ooit was, meestal voor langere tijd woonde, of nog woont.

    Middelpunt van de tentoonstelling is de vierdelige reeks Nieuwe Bleekerstraat uit 2021. Het is een reconstructie van de eenkamerwoning die hij in zijn twintiger jaren bewoonde. Aan de muur vallen de dan nog abstracte schilderijen op. Op een  bureautje staat een typemachine en elders slingeren cassettebandjes rond. Waarmee de reeks zowel een portret vormt van ’the artist as a young man’  als ook een tijdsbeeld schetst van het begin van de jaren tachtig. 

    Naast schilderijen wordt een aantal werken op papier getoond. De beeldtaal is er één van klare vormen en gedempte kleuren, met veel oog voor detail.

  • WORKS

    WORKS

    WORKS

    Marie-José Coenen 26 juni t/m 22 juli


    ‘Mijn werkwijze is zeer intuïtief. Ik start nooit met een vastomlijnd idee. Alles ontstaat gaandeweg, ik reageer steeds weer op wat het materiaal doet. Als ik denk dat het werk af is, laat ik het soms weken in mijn atelier staat. Vaak begin ik dan opnieuw. Door al die lagen ontstaat er veel diepte, in vormen, kleuren en ideeen.’

    Marie-José Coenen (1959) studeerde aan de Hogeschool voor de Kunsten te Utrecht. Ze was eerst actief als fotograaf en vormgever. De laatste vijftien jaar maakt ze uitsluitend vrij werk. Ze woont en werkt in Noord-Groningen.


    ‘Mijn werkwijze is zeer intuïtief. Ik start nooit met een vastomlijnd idee. Alles ontstaat gaandeweg, ik reageer steeds weer op wat het materiaal doet. Als ik denk dat het werk af is, laat ik het soms weken in mijn atelier staat. Vaak begin ik dan opnieuw. Door al die lagen ontstaat er veel diepte, in vormen, kleuren en ideeen.’

    Marie-José Coenen (1959) studeerde aan de Hogeschool voor de Kunsten te Utrecht. Ze was eerst actief als fotograaf en vormgever. De laatste vijftien jaar maakt ze uitsluitend vrij werk. Ze woont en werkt in Noord-Groningen.

    Klik hier voor een tekst die Emmie Muller bij de expositie WORKS schreef.

    Klik hier voor een tekst die Emmie Muller bij de expositie WORKS schreef.

    xpositie WORKS schreef.

    Filosoferen over kunst – een inleiding voor beginners

    Donderdag 8 juli, 20:00 uur

    Als twee mensen naar een schilderij kijken en de een vindt het mooi en de ander lelijk, hebben ze dan allebei gelijk? Kun je over schoonheid praten of is het ‘in the eye of the beholder’? En wat betekent het als we zeggen dat een schilderij mooi is? Is het schone gelijk aan het behaaglijke, zoals veel mensen lijken te denken (‘fijn om naar te kijken’) of is er meer aan de hand? In deze lezing bespreekt filosoof Menno de Bree enkele basisvragen van de esthetica. Voorkennis van de filosofie is niet vereist.

    Menno de Bree is publieksfilosoof en columnist bij het Financieele Dagblad.

  • de SNOEPWINKEL_Muller

    de SNOEPWINKEL van Mariëlle Gebben en Peter Boersma

    door Emmie Muller

    Met gevoel voor smaak en in een ruim opgezette tentoonstelling presenteert Galerie Noord van 1 tot en met 24 mei 2021 het werk van Peter Boersma en Mariëlle Gebben. Na een stille tijd van avondklok, gesloten musea en lege zalen, gaan de deuren van hun Snoepwinkel open, waarin zij het publiek trakteren op een buitenaardse en imaginaire beleving.

    Na zijn opleiding aan Academie Minerva startte Peter Boersma als grafisch vormgever zijn eigen bedrijf en ontwikkelde zich daarnaast als beeldend kunstenaar. In zijn vrije werk toont Boersma zich al even behendig als het gaat om compositie en vlakverdeling. Het basismateriaal waarmee hij werkt komt eveneens uit de wereld van het gedrukte woord. Boersma verzamelt oude documenten en geïllustreerde boeken die zijn uitgegeven rond 1900, maar ook Life en modetijdschriften uit de jaren vijftig en zestig maken deel uit van zijn collectie.

    Zijn aan de collage verwante techniek is op zijn zachtst gezegd uniek te noemen. Met reepjes transparant plakband drukt en trekt hij fragmenten uit het originele papier weg en plakt deze snippers weer vast op een drager van mdf. Bij de keuze van het fragment wordt rekening gehouden met kleur, structuur, het licht-donker contrast en de dieptewerking. Door deze handeling meermaals te herhalen bouwt Boersma, snipper voor snipper en laag over laag, zijn beelden op. Het eindresultaat wordt met een epoxylaag afgedekt en ingepakt, zodat de zuurstof er niet meer bij kan en het plakband, ook na verloop van tijd, blijft hechten. 

    De werken die Peter Boersma voor deze tentoonstelling heeft geselecteerd zijn geïnspireerd op het thema landschap. Waar in een voorgaande serie het landschap nog herkenbaar werd afgebeeld heeft Boersma in dit huidige werk gekozen voor een geabstraheerde benadering. Hiermee is de verbeelding die hij wil oproepen verrijkt. 

    Boersma speelt een geraffineerd spel tussen abstractie en werkelijkheid. Net als je gewend bent geraakt aan de rijk gevarieerde nuances in de monochrome kleurvlakken, komt ineens een stukje realiteit om de hoek kijken. Dat maakt het spannend, omdat je het daar niet verwacht. Daarnaast is het werk een toonbeeld van gelaagdheid die je verstand hier en daar te boven gaat. De glimmende epoxylaag, die licht reflecteert, genereert naast een mentale afstand ook een verlangen om dichter bij het werk te komen. 

    Die beweging van elementen naar voren laten komen en naar de achtergrond laten verdwijnen past Boersma ook toe als hij zijn composities opbouwt en de dieptewerking uit de originele foto in zijn eigen voorstelling verschuift en verplaatst. En niet te vergeten de laag van het lijnenspel, dat door de randen van het plakband overal zijn sporen nalaat en dienst doet als grote verbinder tussen de afzonderlijke stukjes papier. 

    De landschappen van Boersma komen door zijn cinematografische inslag als buitenaards over. Je kan er in dwalen, verdwalen en weer thuiskomen. Het grote witte werk bij de ingang van de galerie getuigt daarvan. Na een lange reis is het goed toeven in deze gestolde witte stilte waarin de gemaakte bewegingen als herinneringen blijven nagonzen.

    Mariëlle Gebben studeerde in 2017 cum laude af aan de Fotoacademie in Amsterdam. Haar foto’s zijn registraties van een geconstrueerde werkelijkheid. Hiervoor wordt in de fotostudio een opstelling gemaakt met materialen als gekleurd papier, glas, water en verf.  Wanneer de situatie is uitgelicht speurt Gebben door de zoeker van haar camera naar de gewenste compositie en legt deze met flitslicht vast. 

    Mariëlle Gebben vertrekt in haar werk vanuit de taal. Naast haar verwantschap met auteurs die verhalen schrijven, laat zij zich inspireren door de wetenschap. Met de huidige technieken zijn natuurwetenschappers steeds beter in staat om de raadsels van het leven te duiden. Neem bijvoorbeeld de diepzee. Tegenwoordig weten we dat op die onherbergzame plek, waar het licht niet meer doordringt, het wemelt van de verschillende vissoorten die met hun futuristische verschijningsvormen in het donker toch hun weg weten te vinden. 

    Deze (on)werkelijkheid heeft Gebben gestimuleerd om te denken in termen van oneidigheid en dat alles mogelijk kan zijn, zelfs een vreedzame en meer zachte wereld. Om met haar eigen woorden te spreken: ‘I am sensing a perfect world ‘. De waarheidsvinding, die door de wetenschap wordt aangereikt, is voor Mariëlle Gebben belangrijk en geeft grip op haar bestaan.

    Met dit gedachtegoed in de hand, wordt de abstracte wereld die Gebben haar publiek voorspiegelt meer toegankelijk. En tegelijkertijd is die informatie helemaal niet nodig. De foto’s zijn niet bedoeld om naar te kijken, maar om te ondergaan. Gebben voert de abstractie zover door dat de herkenbare wereld er niet meer doorheen dringt en elke vorm van associatie geen houvast biedt. Precies op die grens tussen werkelijkheid en verbeelding begint het avontuur. De beelden staan zo op zichzelf, zijn zo verbonden aan hun eigen wetten, dat er niets anders overblijft dan een confrontatie met je eigen wezen en zijn. En lijken de beelden speciaal voor jou te zijn gemaakt.

    Naast foto’s presenteert Gebben ook beelden die gemaakt zijn met gesmolten was van olieverfpastels. Aan deze waswerken, zoals zij ze zelf noemt, ligt een geheel andere techniek ten grondslag. Hier wordt op een drager van mdf, laag over laag, met het vloeibare materiaal gedruppeld, geschilderd en met een paletmes bewerkt. In deze waswerken laat ook Gebben zich inspireren door het landschap. 

    Door de pasteuse dik gelaagde en schilferachtige huid zijn het eerder objecten dan schilderijen en tonen een verrassende verwantschap met de ‘collages’ van Peter Boersma. Temeer, omdat in de presentatie gekozen is voor een zelfde manier van inlijsten. Echter, de landschappen van Gebben, die als denker haar werk benadert, zijn mentaal van aard terwijl de landschappen van Peter Boersma, die zijn werk al doende en op intuïtie benadert, aards en fysiek zijn. Een mooier contrast kan je je niet bedenken, omdat daardoor de beelden van deze twee individuele kunstenaars elkaar versterken en aanvullen.

    En dat is zo vreemd niet als je weet dat aan deze tentoonstelling een intensief werkproces is vooraf gegaan. Gedurende de lockdown hebben beide kunstenaars wekelijks hun nieuw gemaakte werk aan elkaar laten zien en kritisch bevraagd. Het resultaat van deze hechte samenwerking mag er zijn. De werken, die bescheiden zijn van formaat, zijn van plafond tot plint op speelse wijze als snoepgoed over de wanden uitgestrooid. Door deze manier van presenteren krijgt elk werk de aandacht en de ruimte die het verdient en blijft de inrichting, met maar liefst 53 beelden, licht en luchtig van sfeer. Smullen deze tentoonstelling, zowel voor denkers als kijkers.

    ers.

  • Kunstsalon IJL

    Kunstsalon IJL

    Kunstsalon IJL

    30 mei tot en met 20 juni 2021

    Bekendmaking winnaar: zondag 30 mei, 15:00 uur Opening voor bezoekers: zondag 30 mei, 15:30 uur Zonder afspraak te bezoeken, maximaal 7 bezoekers binnen

    Update: de winnaar is bekend. Ellis Scheer mag in maart een solo-expositie maken en wint een bijdrage van € 1500,-. Van harte!

    De wereld is in de ban van corona, de pandemie die ons allemaal treft en die onze samenleving op scherp zet. Het virus op zich is onzichtbaar, ongrijpbaar, ijl als de atmosfeer. Voor kunstenaars is Corona een verwarrend begrip. Het virus zet kunstpraktijken in de wacht, inkomens op negatief en mogelijkheden om te exposeren zijn gedaald. Tegelijkertijd zijn de ontwikkelingen ten gevolge van het virus interessant. De beklemming, het aanpassen, de afstand, de zorg, het verdriet, de angst. Maar ook de ruimte, de mogelijkheden, de veranderingen, de noodzaak. Wakkert het virus de creativiteit aan of werkt het juist verlammend? Komen er concrete beelden op of leidt de ongrijpbaarheid juist tot abstractie? Wordt er urgentie ervaren of ontbreekt juist elk perspectief? Hoe ijl is de sfeer?

    Timmer & Schoonewelle

    Bente Wilms

    Ottokaji Iroke

    Kunstenaars konden tot en met 20 december 2020 werk inzenden. Ruim 300 kunstenaars reageerden op onze oproep.  Op vrijdag 29 januari 2021 maakten we bekend welke 75 kunstenaars door de jury zijn geselecteerd om deel te nemen aan Kunstsalon IJL. De jury bestaat uit David Stroband (Academie Minerva), Agnes Winter (Kunstinitiatief VHDG), en beeldend kunstenaars Frieda de Witte en Kiki Kruisdijk (winnaars van de Wintersalon 2019). De kwaliteit was hoog, dus dit was een flinke uitdaging. De jury heeft ‘grensverleggend’ als belangrijk criterium gehanteerd. Verder hebben ze getracht een selectie te maken die een spannend geheel vormt rond het thema ‘ijl’.

    Hieronder volgen de kunstenaars die samen exposeren van zondag 30 mei tot en met 20 juni. Eén van hen zal tijdens de expositie door de jury worden uitgeroepen tot winnaar. Deze winnaar wint een solo-expositie in Galerie Noord, van 5 tot en met 31 maart 2022. Voor de ontwikkeling van deze solo krijgt hij of zij een werkbijdrage van € 1500,- en ondersteuning door (een van de ) juryleden. Met dank aan bijdrage uit het Pictoright Steunfonds.

    >

    Adrian Faes Allie van Altena Anja Nieuwold Anne Vincent Dijkstra Anneliek Nieuwland Anneliet Van Beelen Annemarie van Buuren Arjan Post Arjen Geurts Badriah Hamelink Baukje Spaltro Bente Wilms Carien Vugts Carolien Adriaansche Celina Bermudez Vogensen Chris Rijk Christian Arts Dan Gonen Dianne Bakker

    Ellis Scheer Esther IJssels Fang Mij Funs Erens Gerben Hermanus Gijsje Heemskerk Hans Hage Hans van Asch Heidi Linck Herman Knottnerus Ilse Brul Irene de Boer Janneke Kornet Jasmijn Pielkenrood Jildau Nijboer Jochem van den Wijngaard Johanna von Oldershausen Josine Timmer Jovana Stulic

    Joyce Zwerver Karina Puuffin Koen van Rijn Kwinnie Lê Kyra Nijskens Lau Man-Pan Leonard Witte Lidia Verschoor Linda Westera Lisette Stuifzand Marianne de Bil Marieke Opgelder Marja Koenraad Matias Salgado Melle Aussems Mémé Bartels Mieke Koenen MMC Schobbe Monique Ceulen

    Natascha J.A. Rodenburg Nelleke Bosland Olivia D’Cruz Ottokaji Iroke Peter Boersma Rik Hagt Roelant Meijer Sabine Liedtke Sandra Catsburg Selma Dronkers Sheng Jie Snow Suus Kooijman Swaen Thaisa Harmsen Tanja Tamina Timmer & Schoonewelle Tineke Demmer Van Lieshout VI Yvonne Mostard

    Hans van Asch

    Hans Hage

    Johanna von Oldershausen

    Virtuele versie

    Digna ten Napel legde Kunstsalon IJL vast met een infraroodcamera. Ben je niet in de gelegenheid de expositie in Groningen te bezoeken? Klik dan hier!

    >

  • Emmie Muller over Traceren

    Emmie Muller over Traceren

    Met de tentoonstelling getiteld Traceren doen kunstenaars Esther IJssels, Peter Dijk en Faisel Saro beeldend verslag van hun zoektocht door heden en verleden, door ruimte en tijd. Tussen zichtbare en verborgen lagen borrelen betekenissen naar boven.

    De tekeningen die Esther IJssels in deze expositie toont zijn gemaakt met acrylverf en zwarte inkt (fineliner) op handgeschept papier. De grondstof voor deze ambachtelijke papiersoort is pulp die gemaakt wordt van nat gemaakte snippers papier. Esther IJssels komt op dat idee na het opruimen en ordenen van het uitgebreide archief dat haar moeder nalaat als zij is overleden. De berg papieren die overblijft verwerkt IJssels tot pulp en blaast de oude documenten, als drager van haar werk, nieuw leven in. In de dynamische structuur van het papier zijn sporen van letters nog terug te vinden.

    Mentale lagen die zich voordoen door gebeurtenissen uit het leven gebruikt IJssels ook in het omgaan met het aanbrengen van de acrylverf. Het werk wordt liggend op de grond gemaakt en met een in de verf gedoopte draad van anderhalve meter, conform de maatregelen van de coronacrisis, laat IJssels de verf boven het papier druppelen. 

    Een proces waar het voornamelijk op intuïtie en gevoel aankomt. Het laten gebeuren. Nadien is het kronkelige lijnenspel aangevuld met dunne inktlijntjes. Een proces van bewust ingrijpen. Het eindresultaat laat zich lezen als een op gevoel gemaakte reis van A naar B zonder te weten waar de reis ooit begonnen of geëindigd is. Deze filosofische benadering roept associaties en vragen op over het leven zelf. Over het onderweg zijn of ergens aankomen. En wat heeft dan je voorkeur? In haar getekende ‘schatkaarten’ blijft Esther IJssels het antwoord op die vraag verschuldigd en kan je met je ogen dwalend over het papier de reis maken die je zelf wil…  

    In tegenstelling tot het zoekende werk van Esther IJssels hanteert Peter Dijk in zijn werk een meer concrete en zakelijke aanpak. Gaandeweg zijn ontwikkeling heeft hij het pad van de traditionele landschapsschilderkunst verlaten en is een andere weg ingeslagen. Het linnen heeft hij vervangen door meubelstoffen, gordijnen of kledingtextiel en aan de gebruikelijke schildersgereedschappen heeft hij de rakel toegevoegd. Een rakel wordt normaal gesproken alleen in de zeefdrukkunst gebruikt, maar Peter Dijk weet beide disciplines op verrassende wijze te combineren.

    Aan zijn werk gaat een uitgebreid onderzoek vooraf waarbij de plattegrond van een stad centraal staat. Maar niet zomaar een stad. Door aanbouw en afbraak groeit en slinkt elke stad met zijn tijd mee. Echter, Peter Dijk richt zich met name op steden die door hun beladen geschiedenis of door oorlogsgeweld en wrijving voorgoed getekend zijn. In deze tentoonstelling zijn vier schilderijen opgenomen van de stad Aleppo en één van Jeruzalem. Zijn aandacht gaat niet alleen uit naar het visuele aspect van de kaart, maar voelt zich ook betrokken bij de mensen die er wonen. In een poging om het beladen verleden en de aangebrachte schade weg te nemen, zoekt hij naar nieuwe structuren en daarmee naar een nieuw toekomstbeeld. Peter Dijk ziet zichzelf niet als een geëngageerd kunstenaar en onthoudt zich van een politiek standpunt. Door het weergaloze vogelperspectief dat hij in zijn werk weet te bereiken laat hij zijn bezoekers liever zweven boven ruimte en tijd.

    Confrontatie, architectuur, het wandelen door heden en verleden, de levensweg. Ook in de tekeningen van Faisel Saro komen deze thema’s aan bod. Faisel Saro maakt zijn tekeningen op lichtdoorlatend kalkeerpapier. Een teer materiaal dat meteen reageert op vocht zoals inkt, acrylverf en overdrachtelijk gezien op bloed, zweet en tranen, levensvloeistoffen die zijn voorouderlijke geschiedenis in herinnering brengen. In het uitdragen van zijn werk is Faisel Saro op het punt gekomen om in zijn beeldende ontwikkeling zijn identiteit en daarbij de slavernijgeschiedenis wat meer los te laten. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. In de lagen van zijn werk en in zijn artistieke keuzes voor plekken die hij wil markeren, blijven gedachten aan zijn culturele erfenis meetellen.

    In de grote tekening links bij binnenkomst van de galerie, is de Leidse kade in Amsterdam onderwerp van gesprek vanwege zijn neoclassicistische bouwstijl die in de Gouden Eeuw furore maakt als Nederland over de ruggen van slaven veel rijkdom vergaart. Het kan niet vaak genoeg gezegd worden, maar naar de wens van de kunstenaar: genoeg hierover.

    Faisel Saro maakt zijn werk voor iedereen, ongeacht zijn herkomst of verleden. Zijn tekeningen noemt hij sociogrammen en naar eigen zeggen is een sociogram een grafische weergave van sociale verbindingen. Saro maakt dat zichtbaar in gelaagde beelden waarbij hij architectonische elementen zoals ramen en gevels uitbeeldt in uiterst fijne en strakke lijntjes en laat daar de energie van menselijk verkeer als een deken van vlekken en vegen overheen vallen. Het werk oogt niet alleen fysiek het is ook letterlijk met inzet van lichaam en geest gemaakt. Naast tekenen, knipt, plakt, schuurt, prikt en krast Saro zich een weg naar het eindresultaat. En daar, waar het getekende stopt, echoot de verbeelding in de plooien van het kalkeerpapier nog lang na.

    Traceren; zoeken naar de bron, je weg bepalen of beperken, open laten of een andere weg inslaan, track en trace: waar is mijn pakje? En wie kom je tegen? In de lagen van het werk worden verleden en toekomst gekoppeld aan de actualiteit van vandaag. De drie heel verschillende kunstenaars hadden die relatie niet beter op de kaart kunnen zetten.

    /span>

  • De Snoepwinkel

    De Snoepwinkel

    de SNOEPWINKEL

    Mariëlle Gebben Peter Boersma

    1 t/m 24 mei 2021 Aangepaste openingstijden: wo, do, zo: 13 – 17, vrij: 13 – 20, za: 13 – 18. Zaterdag 1 mei is de openingsdag, van 13 – 20. De kunstenaars zijn iedere vrijdag vanaf 16 en iedere zaterdag en zondag aanwezig.

    Smullen deze tentoonstelling, zowel voor denkers als kijkers: lees hier de tekst die Emmie Muller bij de expositie schreef. Virtueel is de expositie nog te bezoeken dankzij een infraroodopname door Digna ten Napel: ga hier de virtuele expositie in.

    itie in

    .

    Mariëlle Gebben en Peter Boersma tonen hoe hun werk veranderde in het jaar van uitstel. De een ging van helder werk, waarin de geest met wiskundige waarheden aan de haal mocht, terug naar een abstract voelen. De ander vertrok via witte diepten naar de andere kant van zijn landschappen, waar verfijnde composities de weg wijzen. Beide werkten van groot naar klein. 

    Mariëlle Gebben studeerde in 2017 cum laude af aan de Fotoacademie Amsterdam. Sindsdien werkt ze aan haar doorlopende project Rabbit. Daarin onderzoekt ze samen met haar versleten knuffelkonijn een imaginaire wereld, dwars door tijd, plaats en materie. Haar werk bestaat uit abstracte beelden die ze met behulp van papier, verf, glas, reflectie en licht in haar fotostudio construeert. In de SNOEPWINKEL laat ze foto’s zien die ze maakte in de periode die volgde op de lockdown in 2020. Symbolisch voor de tijd die vaak stolde toont ze voor het eerst werk gemaakt met was en oliepastel.

    Peter Boersma werkt sinds zijn afstuderen aan Academie Minerva in 2000 als kunstenaar en grafisch vormgever. In zijn vrije werk combineert hij zijn aanleg voor vorm en compositie met zijn unieke techniek van ‘tape transfers’. Met stukken plakband haalt hij vezels, flinters en fragmenten van papier los uit oude documenten. Dat is het materiaal waarmee hij vervolgens laag voor laag zijn verhalen opbouwt. De abstracte landschappen die ontstaan verpakt hij in een laag epoxy. In de SNOEPWINKEL toont hij het grootste werk dat hij vooralsnog maakte en de veel kleinere werken die afgelopen jaar ontstonden.

    Eric Bos. Bijzondere Processen. Visualia 1348. Dagblad van het Noorden. 7 mei 2021.